Dividend uitkeren: Stappenplan, balanstest en de Box 2 belasting
Je hebt hard gewerkt en je BV heeft winst gemaakt. Nu wil je dat geld naar privé halen om er leuke dingen mee te doen, je hypotheek af te lossen of te beleggen. De meest logische route hiervoor is een dividenduitkering.
Maar let op: je mag niet zomaar geld overmaken. De wet stelt strenge eisen om schuldeisers te beschermen. Doe je dit verkeerd, dan ben je als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk. In dit artikel loodsen we je door het stappenplan, de verplichte toetsen en de belastingtarieven van 2025.
Stap 1: De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA)
De eerste stap is formeel. De aandeelhouders (jij dus, in de meeste gevallen) moeten officieel besluiten om de winst uit te keren. Dit besluit leg je vast in de notulen van de AVA. Hierin staat welk bedrag er wordt uitgekeerd en op welke datum.
Stap 2: De Balanstest (Mag het?)
Voordat je mag uitkeren, moet je kijken naar het eigen vermogen van de BV. Dit heet de beperkte balanstest.
De regel is: Je mag alleen dividend uitkeren als het eigen vermogen groter is dan de reserves die je volgens de wet of statuten moet aanhouden (zoals een herwaarderingsreserve). Is je eigen vermogen negatief of te klein? Dan is een uitkering wettelijk verboden.
Stap 3: De Uitkeringstoets (Kan het?)
Dit is de belangrijkste stap voor jou als bestuurder. Het bestuur moet goedkeuring geven voor de uitkering. Dit mag je alleen doen als je zeker weet dat de BV na de uitkering nog steeds aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen.
Je moet ongeveer 12 maanden vooruitkijken. Kun je na het dividend de salarissen, de huur en de Belastingdienst nog betalen?
- Risico: Keur je als bestuurder een uitkering goed terwijl je wist (of had moeten weten) dat de BV daardoor in de problemen komt? Dan ben je privé aansprakelijk voor het tekort als de BV failliet gaat. Zorg dus voor een vastgelegde liquiditeitsprognose.
Stap 4: Belasting betalen (Box 2 in 2025)
Als de seinen op groen staan, ga je over tot uitbetaling. Hierbij krijg je te maken met twee belastingmomenten.
1. Dividendbelasting (De voorheffing)
De BV moet binnen één maand na het beschikbaar stellen van het dividend aangifte doen en 15% dividendbelasting afdragen. Je keert aan jezelf dus 85% netto uit (of verrekent dit in rekening-courant).
2. Inkomstenbelasting (Box 2)
In je jaarlijkse aangifte Inkomstenbelasting geef je het bruto dividend op in Box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang). De 15% die de BV al heeft betaald, mag je hiervan aftrekken (voorheffing).
De tarieven in Box 2 zijn voor 2025 als volgt:
- 24,5% belasting over de eerste € 67.804 (per persoon/fiscaal partner).
- 31% belasting over alles boven de € 67.804.
(Let op: Het toptarief is in 2025 verlaagd van 33% naar 31%, wat het aantrekkelijker maakt om grotere bedragen uit te keren dan vorig jaar).
Dividend gebruiken voor schulden (Verrekenen)
Veel DGA's keren dividend niet fysiek uit, maar gebruiken het om schulden aan de BV af te lossen. Heb je een hoge schuld in rekening-courant of dreig je boven de grens van de Wet excessief lenen te komen? Dan is een dividenduitkering vaak de beste oplossing.
Je maakt het geld dan niet over, maar boekt het weg tegen de schuld. Vergeet niet dat je de 15% dividendbelasting wél daadwerkelijk moet betalen aan de fiscus.
Conclusie
Dividend uitkeren is fiscaal vaak voordeliger dan extra salaris (boven het gebruikelijk loon), zeker met het verlaagde toptarief van 31% in 2025. Maar neem de regels serieus.
Zorg altijd voor:
- Een AVA-besluit (notulen);
- Een positieve balanstest;
- Een uitkeringstoets (liquiditeitsprognose).
Leg je dit niet vast en gaat de BV failliet? Dan haalt de curator het geld bij jou privé terug. Twijfel je over de liquiditeitsruimte? Raadpleeg dan altijd eerst je boekhouder.
